Herken je dat? Dat iemand zegt: “Ja, maar dat is niet goed voor het milieu” – en dat het je eigenlijk niet meer echt raakt? Niet omdat je het er niet mee eens bent, maar omdat het woord milieu zo groot en vaag voelt. Alsof het ergens ver weg zweeft, buiten je eigen invloedssfeer.
Hetzelfde heb ik met klimaat. Het is belangrijk, ik weet het. Maar het is ook ongrijpbaar. En bij ongrijpbaar hoort al snel: “Mijn handelen maakt toch geen verschil.”
Totdat ik tegen natuurinclusief aanliep. Dat woord kwam wél binnen. Het bleef hangen.
Misschien omdat het meteen beelden oproept.
Een tuin waar vogels voedsel vinden.
Een slootkant vol bloemen.
Een boer die stroken kruidenrijk gras laat staan.
Natuurinclusief is tastbaar. Het is dichtbij.
Het kan beginnen in je eigen tuin. Met een boom die schaduw geeft, bloemen die insecten aantrekken, of een stukje waar je het onkruid zijn gang laat gaan omdat daar meer leeft dan je denkt.
Want zodra iets dichtbij voelt, komt er beweging. En beweging… dat is precies wat het milieu en het klimaat nodig hebben.