Vogels op kamers

Dit voorjaar was mijn achtertuin net een hotel. Vier gasten, allemaal met hun eigen verhaal, kwamen hier een tijdje wonen om een nestje groot te brengen.

Bovenin, in het penthouse van de hoge prunus, streek de ekster neer. Altijd druk kwetterend en met takjes in de weer. Ze hield alles in de gaten, alsof hij de huismeester was. Eén verkeerde blik van onze kat en ze was al onderweg om alarm te slaan. Ergens in juni viel een jong uit het nest. Papa en mama ekster hebben dagenlang gekwetterd met het jong.

Verderop, in de sierpeer, streek de eerste merel neer.  In de conifeer had nog een merel een nestje, aan de achterkant, goed verstopt, alsof zij liever wat meer privacy had. 

En dan, in de blauwe regen die over de pergola slingert, zat de duif. Een rustige gast. Haar nest was meer een losse verzameling takjes dan een architectonisch hoogstandje, maar ze zat er met zoveel geduld en vertrouwen dat je er toch respect voor kreeg. 

De tuin voelde wekenlang als een gedeelde leefruimte. En toen, op een dag, was het ineens stil. Geen gepiep, geen druk gevlieg meer. Lege nesten, alsof er nooit iets had gewoond.